Michaëlskerk in Oosterland
Michaëlskerk in Oosterland

Eigendom kerktoren Michaëlskerk in Oosterland

SV 1721 Geacht college,
De Stichting Behoud Oosterlander Kerk (BOK) wil de negenhonderd jaar oude Michaëlskerk – een rijksmonument – zo goed mogelijk onderhouden, zodat hij in goede staat kan worden doorgegeven aan de volgende generatie. Een loffelijk streven! De stichting BOK wil de kerktoren graag overnemen, maar niet voordat deze door de huidige eigenaar in goede staat is hersteld. Volgens onze informatie is de kerk (zonder de toren) momenteel eigendom van de Protestantse Gemeente Wieringen, is de kerktoren eigendom van de gemeente Hollands Kroon en wordt dit laatste door u ontkend.

Vraag1
Bent u ervan op de hoogte dat u op grond van de Staatsregeling van 1798 bij wet eigenaar bent van de toren van de Michaëlskerk te Oosterland en dat u niet bevoegd bent om hier eenzijdig wijziging in aan te brengen?
 

 

 

Antwoord
Wij zijn op de hoogte van de Staatsregeling van 1798, waarbij Napoleon heeft bepaald dat kerktorens eigendom zijn geworden van de overheid op voorwaarde dat de plaats waar de kerk stond gelegen was op het grondgebied van de Bataafse republiek.

Vraag 2
Klopt het dat u ontkent de eigenaar te zijn van de toren op grond van verkrijgende verjaring?
Antwoord
Naar onze mening berust de eigendom van de kerktoren bij de Protestantse gemeente.

Vraag 3
Bent u ervan op de hoogte dat eigendom door verjaring slechts kan worden verkregen door degene die een zaak gedurende de door de wet bepaalde periode ondubbelzinnig in zijn bezit heeft gehad en die daar aanspraak op maakt?
Antwoord
Wij zijn op de hoogte van de wettelijke bepalingen omtrent verjaring. In het geval van de Michaëlskerk heeft het kerkbestuur zich altijd opgesteld als eigenaar en heeft zij zelf zorggedragen voor het onderhoud van de toren. In geval van verjaring gaat de eigendom na afloop van de verjaringstermijn van rechtswege over en is het geen vereiste dat het kerkbestuur eerst aanspraak maakt op verjaring.

Vraag 4
Bent u het met ons eens dat dit betekent dat, aangezien de Protestantse Gemeente Wieringen de toren niet ondubbelzinnig in zijn bezit heeft gehad, nooit heeft gepretendeerd de toreneigenaar te zijn en bovendien niet claimt eigenaar te zijn op grond van verkrijgende verjaring, u de eigendom van de kerktoren rechtens niet kunt ontkennen en dus de eigenaar van de toren bent?
Antwoord
Zie het antwoord bij vraag 3.

Vraag 5
De torenspits is enkele keren gerestaureerd wegens een lekkage die is veroorzaakt door blikseminslag. De spits lekt echter nog steeds. De stichting BOK vraagt voor het beheer van de toren een jaarlijkse gemeentelijke bijdrage, waarmee de toren in goede staat kan worden hersteld. Waarom weigert u bij te dragen aan het herstel van uw eigen kerktoren?
Antwoord
In 2014 heeft het kerkbestuur in haar hoedanigheid van eigenaar van de toren een subsidie bij de provincie aangevraagd in het kader van de ‘uitvoeringsregeling subsidie restauratie rijksmonumenten’. De subsidie werd aangevraagd ten behoeve van het restaureren van de toren, waaronder het verhelpen van de lekkage van de gemetselde torenspits. Het kerkbestuur had zich ingespannen om de restauratiekosten zelf bijeen te brengen. In 2015 bleek de restauratie van de toren echter duurder uit te vallen, omdat meer stenen dan voorzien vervangen moesten worden. Het kerkbestuur had deze onvoorziene uitgave niet begroot en heeft het college gevraagd een eenmalige subsidie van € 18.150,- te verstrekken, zodat de werkzaamheden aan de toren afgerond konden worden. Het college heeft de gevraagde subsidie verstrekt, gelet op de omstandigheden en omdat wij het belang van het in standhouden van monumenten in onze gemeente onderschrijven.

Vraag 6
Aan de eigendom van onroerende zaken zijn niet alleen lusten, maar ook lasten verbonden. Te denken valt hierbij – zeker in het geval van een rijksmonument – aan het plegen van regelmatig en voldoende onderhoud, zodat het eigendom in goede staat blijft verkeren. Klopt het dat u de eigendom van de kerktoren vooral ontkent omdat u het onderhoud van de toren gedurende vele jaren heeft verwaarloosd en u niet wilt opdraaien voor de onderhoudskosten?
Antwoord
Zie het antwoord bij vraag 5.

Vraag 7
Hoe valt dit te rijmen met uw uitspraak dat Hollands Kroon trots is op zijn monumenten?
Antwoord
Zie het antwoord bij vraag 5.

Vraag 8
Als u daadwerkelijk meent dat u geen toreneigenaar meer bent op grond van verjaring, betreurt u dan ook niet dat u onverantwoord bent omgegaan met dit monumentale eigendom van de gemeente, dus met dit eigendom van alle inwoners van Hollands Kroon samen? U verwacht toch ook van uw inwoners dat zij trots en zorgvuldig omgaan met hun monumentale panden? Voelt u zelf geen verantwoordelijkheid om uw eigendommen in goede staat door te geven aan de volgende generatie?
Antwoord
Zie het antwoord bij vraag 5.
Tot slot informeren wij u dat in goed overleg met het kerkbestuur is besloten om het verschil van inzicht over de eigendom van de toren aan de rechter voor te leggen. Daarmee wordt de status formeel vastgelegd en hoeft het onderwerp geen issue meer te zijn bij een overdracht van de kerk aan een nieuwe eigenaar.

Met vriendelijke groet,                                       Met vriendelijke groet,
Jan Eichhorn                                                     burgemeester en wethouders,
GroenLinks Hollands Kroon                              A.M. Cremers J.R.A. Nawijn
                                                                          secretaris burgemeester

Bijlage
Rijksdienst Cultureel Erfgoed

www.kwlegal.nl/download/kwlegal1.doc,
https://www.navigator.nl/document/id24220000922c98309hrjol2000440dosred/...
http://kerkbalans.nl/actueel-licht-op-eigendom-en-beheer-van-kerktorens

Actueel licht op eigendom en beheer van kerktorens
In het maandblad “Kerkbeheer” van januari wijdt mr. Harm A. Lassche een uitvoerig artikel aan de eigendom en het beheer van kerktorens, die volgens een bekend verhaal sinds de Franse tijd (eind 18e eeuw) in vele gevallen bij burgerlijke gemeenten berusten. De heer Lassche, sinds vele jaren adviseur van de VKB op het terrein van eigendomszaken van kerktorens, komt tot een aantal conclusies die een actueel licht werpen op dit onderwerp. De kwestie is van belang omdat burgerlijke gemeenten tegenwoordig weleens op het idee komen om te besparen door een kerktoren over te dragen aan een kerkelijke gemeente die echter ook zo haar financiële problemen kent.
Hij schrijft o.a.: “Alle kerktorens die bestonden op 1 mei 1798 en voldoen aan de bepalingen van de Staatsregeling (uit 1798 en 1801) waren eigendom van de burgerlijke gemeente. Dat zijn ze geworden door de enkele wetsbepaling, nadere handelingen waren niet nodig om dat te bevestigen. De kadastrale aanduiding is geen uitsluitend bewijs van eigendom. Er mag dus niet afgegaan worden op de kadastrale tenaamstelling.
Kerktorens zijn nog steeds eigendom van de burgerlijke gemeente, tenzij tussen kerk en gemeente ooit nadere afspraken zijn gemaakt. Dat kan zijn een Plan van Schikking, of een afzonderlijke overeenkomst. De Staatsregeling geldt dus niet voor de torens die niet aan de criteria voldoen dan wel na 1 mei 1798 zijn gebouwd. De feitelijke gebruikers die iets anders willen (de kerken of de gemeenten) moeten bewijzen dat hetzij de Staatsregeling onverkort van toepassing is, hetzij komen met stukken waaruit blijkt dat er een andere regeling is getroffen”.
“Wellicht overbodig, maar dan slechts ten overvloede: het is uitgesloten dat eenzijdig – hetzij door de kerkelijke gemeente, hetzij door de burgerlijke gemeente – wordt besloten om wijziging aan te brengen in de bestaande
situatie. Als er niets geregeld is, en het onderhoud wordt nog steeds gepleegd door de burgerlijke gemeente, dan moet worden aangenomen dat dit gebeurt op grond van de Staatsregeling van 1798 en is zij bij wet eigenaar en blijft ze dat. Blijkt uit de archieven dat het beheer en onderhoud is gebaseerd op een nadere regeling/overeenkomst, dan zal die ook bepalingen moeten bevatten over de wijzigingsmogelijkheden. Dat laatste is ook van toepassing op de kerken: behoudens het bewijs van tegendeel zullen zij als bezitter/eigenaar moeten worden aangemerkt”, aldus mr. Lassche.
Aan het slot van zijn beschouwing gaat hij in op de vraag wat een plaatselijke kerkelijke gemeente moet doen als de burgerlijke gemeente bij haar komt met het besluit dat ze de onderhoudslasten van de kerktoren voortaan bij de kerk als gebruiker wil leggen. Of wanneer een College van Kerkrentmeesters vindt dat de burgerlijke gemeente maar weer eens de onderhoudskosten voor haar rekening moet gaan nemen.
Voor het volledige artikel over deze kwestie zie “Kerkbeheer” van januari.
Categorie:Nieuws
http://www.verjaringsadvocaat.nl/bezit-grond-verjaring-bewijs/