Dossier Windenergie

13 november 2011

Door Arjen Voogt.

Het ontstaan van de gemeente Hollands Kroon betekent dat de windturbines in de gemeente Wieringermeer onder een nieuw bevoegd gezag komen, het bestuur van de nieuwe gemeente. Een gebeurtenis die niet onderschat mag worden omdat de discussie die jarenlang voornamelijk in Wieringermeer plaatsvond, nu verbreed wordt en de benodigde deskundigheid zal moeten worden opgebouwd. Daarom een korte politiek-historische schets, de basis voor de huidige situatie en de plannen voor de nabije toekomst.

Zoals met veel ontwikkelingen zijn er meerdere dragers.
Allereerst de agrariërs die op hun erf een solitaire Lagerweij 18/80 lieten plaatsen, later opgeschaald naar 750 – 800 kW turbines, om het inkomen uit het bedrijf te vergroten; vervolgens de energieproducenten die met lijnopstellingen de energieproductie grootschaliger aanpakten en tot slot ECN die in een testpark faciliteiten creëerde voor producenten om prototypen te laten testen.Bij de werkhaven Oude Zeug werd een testcentrum voor de bladen gebouwd.
Wieringermeer kreeg daardoor een skyline die werd bepaald door ‘zwaaipalen’.

De opschaling van de kleine 80 kW solitaire turbines naar de 750 – 800 kW turbines betekende een trendbreuk. De Lagerweij-molentjes die in de jaren tachtig werden neergezet hadden nog een relatie met de bebouwing van het erf; bij de 750-800 KW turbines ontbrak deze relatie.
Reeds rond de verschijning van de Notitie Windenergiebeleid in 1994 werd door stedenbouwkundigen een grootschalige ontwikkeling van windturbineparken geadviseerd ten koste van de kleine turbines bij de boerderijen. Omdat bij de herziening van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 1973’ ruimte was gegeven aan windenergie ten behoeve van agrarische bedrijven werd in de notitie van 1994 een combinatie van beide ontwikkelingen (beperkt) toelaatbaar geacht.

In de Notitie Windenergie van 1994 werden een aantal potentiële locaties genoemd waarbij landschappelijke argumenten leidend waren. De locaties mochten niet beeldbepalend zijn vanaf de A7 en moesten de contouren van de polder benadrukken.
In 2000 werd in een partiële herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 1996 vastgelegd dat nieuwe solitaire turbines niet meer zijn toegestaan. Bestaande turbines mogen worden vernieuwd tot een maximum ashoogte van 50 m.

De uitgangspunten uit 1994 vinden we terug in de zorg waarmee in de afgelopen jaren de inpassing van windturbines in het landschap benaderd werd. In 2006 werd bij de vaststelling van het Structuurplan 2006-2016 door de raad besloten de ontwikkeling van windenergie in een aparte Beleidsnotitie windenergie te willen vaststellen.

Die Beleidsnotitie verscheen in 2007. Naast een inventarisatie van de bestaande turbines, een schets van het provinciaal beleid waarin solitaire turbines worden geblokkeerd en moeten worden opgeschaald in clusters, worden potentiële locaties voor deze clusters voorgesteld.

De opschaling van de 36 solitaire turbines van 750-800 kW is een probleem omdat de particuliere eigenaren vooral op het eigenbelang gericht zijn en het gemeentebestuur gevoelig is voor het ontnemen van de rechten van de turbine-eigenaren. De inspraakreacties in de Commissie Grondgebiedszaken van 10 mei 2007 toonden aan dat tussen ECN en particulieren afspraken zijn gemaakt en dat de solitaire windturbine-eigenaren niet wilden meewerken aan een herstructurering die leidt tot minder particuliere turbines.

De invloed van een relatief klein aantal agrariërs op het gemeentebestuur is zodanig dat in de recent vastgestelde Structuurvisie windplan de oorspronkelijk gekozen vermogensklasse van 6 MW is teruggebracht tot 3,4 MW. Het gemeentebestuur is daarnaast behoorlijk laks in zijn beleid; zo kon “de ambtenaar” bij Medemblik die als experimentele turbine door PEN was gebouwd maar inmiddels in handen is van een 20-tal vennoten, worden opgeschaald tot 7,5 MW omdat nagelaten was een ashoogte en een rotordiameter voor deze solitaire turbine in het bestemmingsplan op te nemen.

Deze opschaling toont aan dat een 7,5 MW turbine voor particuliere eigenaren een interessante investering is, een feit dat een argument voor de downgrading van 6 MW naar 3,4 MW turbines, dat de 6 MW turbines niet rendabel te exploiteren zouden zijn, naar het rijk der fabelen verwijst.

Resumerend kan het beleid van de gemeente Wieringermeer getypeerd worden met onvoldoende proactief en teveel de belangen van derden volgend. Ook is belangenverstrengeling niet uit te sluiten als de projectleider voor het Windplan, Dhr. John Dekker, door de gemeente al enkele jaren wordt ingehuurd.

In 2009 werd de Startnotitie Windplan Wieringermeer vastgesteld, de basis voor het op te stellen Windplan.
In oktober 2009 kregen in een zgn. windweekend waarbij ook gedeputeerde Bart Heller (GL) berokken was, inwoners van Wieringermeer de gelegenheid “kennis te maken met windenergie”.

In een Notitie Reikwijdte en Detailniveau Windplan Wieringermeer werd vervolgens de eerste stap gezet in de plan-m.e.r.-procedure.
Op blz. 7 van deze Notitie worden de 6 beoogde resultaten voor de uitwerking van het Windplan opgesomd:

  • Capaciteitsvergroting binnen afgebakende clusters
  • Geen nieuwe solitaire windturbines
  • Vervanging van bestaande solitaire turbines door turbines in clusters/lijnopstellingen Meer ruimte voor geclusterde windenergie
  • Omvang testpark kan worden vergroot
  • Mogelijkheden voor capaciteitsvergroting bestaande clusters door optimalisering

Tegen de achtergrond van BLOW, de Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling van Windenergie en het provinciaal beleid zoals verwoord in de Structuurvisie Noord-Holland 2040, wordt geschetst hoe de toekomst eruit ziet voor de 92 in de polder aanwezige turbines en welke randvoorwaarden gerespecteerd moeten worden. Daarbij vormen het radarverstoringsgebied, een cirkel met een straal van 28 km rond vliegveld De Kooij, de aanwezigheid van 2 vliegvelden en de bescherming die aan IJsselmeer en Waddenzee gegeven is, belangrijke beperkingen.

Eerder noemde ik de bijstelling van de oorspronkelijke plannen.
In een oplegnotitie verschenen in augustus 2011 wordt het proces gememoreerd waarin de twee scenario’s (Polderrand en Boemerang) zijn samengebracht in het synthesemodel Boogspant.Dit model waarin 76 nieuwe turbines en 10 te handhaven bestaande turbines zijn opgenomen, vormt de basis voor de thematische structuurvisie waarin de windenergieopgave in Wieringermeer in één integraal project wordt gerealiseerd. Door invloeden van buiten zijn daarna 3 additionele scenario’s ontwikkeld om het Boogspantmodel uit te rekken en uit te breiden.

Het Boogspantmodel zou met 76 nieuwe Repower 6M turbines een theoretisch vermogen van 456 MW kunnen leveren. De scenario’s die het Boogspantmodel misvormen gaan uit van Repower 3,4 M turbines waarbij afhankelijk van het scenario het aantal turbines toeneemt tot 85, 95 en 97. De laatste twee kennen een gedeeltelijk dubbele lijnopstelling, een model dat eerder in het inpassingsproces overtuigend was afgewezen. In onderstaande tabel zijn enkele kenmerken van de verschillende scenario’s opgenomen.

Scenario Boogspant; Opgerekte Boogspant; Opgerekte Boogspant + Kleitocht; Opgerekte Boogspant + Oudelandertocht

Hh. turbines:76 x 6 MW      85 x 3,4 MW;                                       97 x 3,4 MW                                    95 x 3,4 MW

Vermogen:       456 MW            289 MW                                                330 MW                                          323 MW

Vermogen t.o.v. Boogspant100%63%72%71%

Afgezet tegen de ambities die de provincie in de Structuurvisie heeft neergelegd ( 430 MW op land in 2012 en een zoekgebied voor ca. 600 MW in Noord-Holland Noord) lijken mij de alternatieve scenario’s onvoldoende tegemoet komen aan de provinciale wensen.
De hiërarchie op planologisch gebied opgenomen in de WRO betekent dat elk van de 4 scenario’s onderworpen zal worden aan een inpassingsplan en een coördinatieregeling vanuit een hogere overheid.

Ik realiseer mij dat dit stuk slechts een globale weergave is van de geschiedenis van windenergie in Wieringermeer en dat kaarten e.d. ontbreken.
Daarom verwijs ik voor detailinformatie naar de documenten die zijn bijgevoegd.

Omdat inmiddels de kritiek op windenergie toeneemt, vraag ik speciale aandacht voor de artikelen:

  1. De brandstofkosten van windenergie; een goed bewaard geheim.
  2. Misleiden voorstanders van windenergie het publiek ? Windmolens wél ingenieus, máár . .