Jongeren die in hun eigen dorp willen blijven, starters die een gezin willen stichten of ouderen die gelijkvloers willen wonen: ze vinden vaak geen plek. De woningnood raakt ook onze gemeente, van Haringhuizen tot Hippolytushoef. Dat is geen toeval. Jarenlang werd de woningmarkt overgelaten aan investeerders en projectontwikkelaars, terwijl sociale huurwoningen werden verkocht en te weinig nieuwe betaalbare woningen zijn gebouwd. Wonen werd een verdienmodel in plaats van een basisrecht. GroenLinks wil dat veranderen.
De gemeente moet de regie nemen. Er moet gebouwd worden voor wat inwoners écht nodig hebben, niet voor de winst van de markt. Dat betekent: veel meer betaalbare woningen en meer sociale huur. GroenLinks streeft naar minstens 40% sociale huur in nieuwe projecten, zodat iedereen een kans heeft op een eigen plek. De gemeente moet zelf sturen, grond aankopen waar dat nodig is en duidelijke afspraken maken met ontwikkelaars en woningcorporaties. We willen daarnaast ruimte bieden aan woonvormen die passen bij onze plattelandsgemeente. Tiny houses, kleinschalige collectieve woonprojecten en het hergebruik van leegstaande gebouwen of erven kunnen helpen om sneller en duurzamer te bouwen, zonder onnodig veel nieuwe ruimte op te offeren. Snelheid mag daarbij niet ten koste gaan van kwaliteit. We bouwen voor de toekomst: duurzame woningen, goed geïsoleerd en energiezuinig, in groene en leefbare dorpen waar mensen elkaar blijven ontmoeten. Ook bestaande woningen horen daarbij. Te veel mensen wonen nog in tochtige huizen of kampen met hoge energiekosten. Gelukkig zijn er al regelingen zoals de isolatiebonus van de gemeente, maar wij willen deze ondersteuning nog toegankelijker maken. Iedereen moet zijn woning kunnen verduurzamen, ook met een kleiner inkomen. Zo bouwen we aan een Hollands Kroon waar iedereen een plek heeft om thuis te komen. Nu en in de toekomst.